dinsdag 31 januari 2012

Achmea boekt af door aanhoudende krimp markt levensverzekeringen

Achmea gaat de goodwill op zijn Leven- en Pensioenactiviteiten volledig afboeken. De afboeking van 279 miljoen euro is het gevolg van de structureel verslechterde omstandigheden in de Nederlandse markt voor levensverzekeringen, zo laat de verzekeraar weten. Gecorrigeerd voor de afboeking behaalt Achmea een positief netto resultaat van naar verwachting tussen 40 miljoen en 80 miljoen euro.
De Nederlandse markt voor levensverzekeringen is de afgelopen vijf jaren in omvang afgenomen en deze krimp wordt gezien als structureel. Een reden voor de afname is de toenemende vraag van consumenten naar bankspaarproducten in Nederland, die nu dezelfde fiscale voordelen genieten die voorheen alleen aan levensverzekeringen waren toegekend. De stagnatie in de huizenmarkt en de verminderde interesse in beleggingsverzekeringen dragen verder bij aan de afgenomen vraag naar aan hypotheken gekoppelde levensverzekeringen. Bij het waarderen van de toekomstige waarde van zijn Leven- en Pensioenactiviteiten hanteert Achmea voorzichtigheidshalve ´economic value principles´ (MCEV) die een betere weergave bieden van de verwachte waardeontwikkeling.

Operationeel meldt Achmea het volgende over 2011:
  • Sterke financiële positie behouden na eerdere de-risking; verwachte solvabiliteit boven 200% ultimo 2011.
  • Operationele doelen kostenbesparing met €300 miljoen en een reductie van 2,500 FTE´s behaald.
  • Het Schadebedrijf (uitgezonderd Inkomensverzekeringen) en Zorgbedrijf presteerden operationeel goed.
  • Achmea schrijft 77% af op portefeuille van Griekse staatsobligaties.
  • Verliezen geboekt bij Inkomensverzekeringen door een hoge schadelast.
  • Toepassing driemaands gemiddelde swap curve, volgens richtlijnen van De Nederlandsche Bank, bij berekenen bepaalde pensioenverplichtingen heeft een positief effect op het resultaat.

Fusie grootste Griekse banken vertraagd

De fusie van twee grote Griekse banken Eurobank en Alpha bank verloopt niet volgens plan. De laatste zegt nu dat ze geen tijdslijn kan vastleggen voor de fusie. In augustus kondigden beide banken aan dat ze samen zouden gaan om door de recessie en de schuldencrisis heen te komen. Zo zou de grootste bank van Griekenland gevormd worden. De Eurobank heeft al laten weten dat er wat hen betreft geen vertraging hoeft te ontstaan.

Hypotheekbezitters gebonden aan bank

Ruim een half jaar geleden is de Gedragscode Hypothecaire Financieringen van kracht geworden. Alle banken, het ministerie en de toezichthouders hebben hierin vastgelegd hoe vanaf dat moment moet worden omgegaan met hypotheekverstrekkingen. Concreet betekent dit, dat u vanaf die datum minder kunt lenen op uw inkomen, minder ten opzichte van de waarde van uw woning en dat u meer moet gaan aflossen. Consumenten die reeds een hypotheek hebben, voldoen veelal niet aan deze nieuwe normen

maandag 30 januari 2012

Personeel weg bij Van Lanschot

De economische vooruitzichten en de situatie in de sector leiden ertoe dat vermogensbeheerder Van Lanschot zijn organisatie aan de veranderende omstandigheden aanpast: de slagvaardigheid moet omhoog. Vijftien procent van het personeelsbestand gaat weg en bestuursvoorzitter Floris Deckers stapt op. "Enerzijds gaan we investeren in de kwaliteit van de organisatie, anderzijds gaan we door efficiencymaatregelen de kosten structureel verlagen. Helaas gaat dit gepaard met een verlies van arbeidsplaatsen, maar dit is onvermijdelijk."
De markt is, naast onzeker, ook structureel veranderd. Het verdienmodel van de financiële sector staat onder druk. De aanhoudend slechte marktomstandigheden hebben hun weerslag op de rentabiliteit van de bank. Van Lanschot heeft de tweede helft van 2011 met winst afgesloten, maar deze was beperkt.
Het reorganisatieprogramma is gebaseerd op twee pijlers. Enerzijds investeert de bank in de dienstverlening, vanuit zijn natuurlijke focus op private banking en de cliënt. Anderzijds maakt Van Lanschot een efficiencyslag en verlaagt de bank structureel zijn kostenniveau. Van Lanschot investeert de komende drie jaar additioneel € 30 miljoen in de kwaliteit van zijn organisatie, met name in medewerkers en systemen, waardoor de dienstverlening aan cliënten verder verbetert. Het relatiemodel van de private bank wordt uitgebreid en geïntensiveerd. Het kredietbedrijf wordt nog scherper ingezet op de DGA (directeur-grootaandeelhouder) en zijn onderneming die een belangrijke bron is voor de private
bank. Om meer efficiency en synergie te bereiken wordt de samenwerking met dochteronderneming Kempen verder geïntensiveerd.

Topman RBS ziet af van bonus

Na zware kritiek heeft de CEO van de grotendeels genationaliseerde Royal Bank of Scotland (RBS), Stephen Hester, besloten af te zien van zijn bonus van bijna 1,15 miljoen euro. Ook bestuursvoorzitter Philip Hampton heeft zijn bonus van 1,6 miljoen euro ingeleverd. De bankheeft zich vergalloppeerd aan de overname van het Nederlandse ABN Amro, nog voor Hesters CEO werd.


Winstdaling voor BinckBank (update)

BinckBank maakt maandag een forse daling van de winst over het vierde kwartaal bekend, aldus RTL. Analisten rekenen op een 32 procent lagere nettowinst van 7,0 miljoen euro, tegen 10,3 miljoen een jaar eerder. De aangepaste nettowinst zou  ook flink dalen. Voor 2012 rekent analist Jan Willem Weidema van ABN Amro op betere resultaten, door hogere marges op optie-orders en meer inkomsten uit outsourcingactiviteiten.
Inmiddels zijn de cijfers door de bank zelf gepubliceerd. In het laatste kwartaal van 2011 boekte de online broker een nettoresultaat van 5,8 miljoen euro, 43 procent minder dan vorig jaar. De omzet liet ook een lichte daling zien, want zakte met drie procent tot 44,9 miljoen euro.

vrijdag 27 januari 2012

Nederlanders spreken massaal spaargeld aan

Bij meer dan een kwart (27%) van de Nederlandse bevolking is in 2011 het spaargeld afgenomen. 37% van deze groep zegt niet meer rond te kunnen komen zonder daarbij zijn of haar spaargeld aan te breken. Opvallend is dat van deze mensen 44% een HBO of WO opleiding genoten heeft en dat driekwart van deze hooggeschoolden 40.000 euro per jaar of meer verdient.
Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van Friesland Bank onder 1000 Nederlanders. Meer dan de helft (53%) van de Nederlanders die zich nog wel kunnen permitteren een deel van het salaris opzij te zetten zegt dit te doen om slechtere tijden op te kunnen vangen. Hiermee doelt men met name op de gevolgen van de financiële crisis (27%), werkeloosheid (20%) en tegenvallend pensioen (19%). In de zoektocht naar een spaarbank geeft men aan tegenwoordig meer waarde te hechten aan veiligheid (68%) dan aan het gegeven rentepercentage (18%). 
Klaas Feenstra, Commercieel Directeur Nederland van Friesland Bank, over de resultaten: “Het is begrijpelijk dat gezien de huidige economische ontwikkelingen spaarders op zoek gaan naar zekerheid, veiligheid en vertrouwen. Met ruim 100 jaar aan ervaring vormen deze begrippen dan ook de basis van onze bank. Ons klimspaardeposito waarbij we onze klanten een klimmend rentepercentage tot 5% in het vijfde jaar aanbieden is daar een mooi voorbeeld van. Het biedt een aantrekkelijke rente maar ook de mogelijkheid om ieder jaar je spaargeld aan te breken."
Driekwart van de bevolking geeft aan in het bezit te zijn van meer dan 5.000 euro aan spaargeld. Van deze groep bezit de helft 20.000 euro of meer. 66% van de spaarders zegt pas financiële rust te hebben met een buffer van 10.000 euro of meer. Vrouwen hebben over het algemeen al bij een wat lager bedrag eerder een gevoel van financiële rust dan mannen. Vrouwen beginnen gemiddeld met een leeftijd van 14 jaar oud echter wel eerder met sparen dan mannen die pas beginnen met sparen wanneer ze de leeftijd van 17 hebben bereikt. De meest voorkomende reden (62%) van een toename van het spaargeld is dat men een deel van het inkomen overboekt naar de spaarrekening. Bijna de helft van de ondervraagden (47%) doet dit middels een automatische overboeking.
Ruim 40% spaart ook op de spaarrekening van derden. Dit zijn veelal spaarrekeningen van kinderen of de partner. De belangrijkste reden (52%) om niet meer te sparen is te weinig financiële ruimte om te kunnen sparen. Een tegengestelde reden (25%)  om niet meer te sparen is het in het bezit zijn van voldoende liquide middelen op de spaarrekening. 
Bijna driekwart (70%) van de spaarders geeft aan goed op de hoogte te zijn van hun huidige rentepercentage, 30% zegt daarentegen geen enkel idee te hebben wat voor percentage zij op dit moment op hun spaargeld ontvangen. Meer dan de helft van de ondervraagden (52%) vindt rentepercentages niet zo interessant en beweert er zelden tot nooit naar te kijken. 33% kijkt er wel eens naar, maar zal niet zomaar switchen voor een hoger rentepercentage. De overgebleven groep van 15% volgt de rentepercentages op de voet en switcht zodra er ergens anders een beter rentepercentage geboden wordt. Ruim 88% is het afgelopen jaar echter niet van spaarbank gewisseld, degene die wel geswitcht zijn, gaven als reden van de switch een beter rentepercentage bij een andere bank (71%) op. Het gemiddelde reële rentepercentage wat de respondenten van hun banken wensen te ontvangen is 4,4,%. Vorig jaar lag dit percentage nog op 3,4%. Mensen lijken dus steeds meer van hun banken te verwachten. Het werkelijke gemiddelde rentepercentage staat op dit moment op 2,8%.
80% van de respondenten is goed op de hoogte van het huidige saldo op zijn of haar spaarrekening. Driekwart van de bevolking geeft aan dat verder niemand anders dan hij of zij zelf hiervan op de hoogte is. Gemiddeld heeft een huishouden in Nederland ruim 24.000 euro aan spaargeld op de bank staan.
De helft van de Nederlanders geeft aan het eens te zijn met een zogenaamde miljonairstax. Zij vinden dat miljonairs een extra bijdrage moeten leveren gezien de economische situatie. 72% van de ondervraagden was dan ook van mening dat geld ‘geld’ maakt en het voor mensen met geld dus makkelijker is om bij te dragen aan een economisch herstel . 65% is van mening dat de crisis ook kansen met zich meebrengt, 58% vindt mensen die ‘gebruik’ maken van de crisis slim.
Het vertrouwen in de banken lijkt enigszins herstellende. 65% van de ondervraagden heeft vertrouwen in zijn of haar bank en zegt altijd op een eerlijke manier geholpen te worden. Van deze groep houdt 14% echter wel graag zelf een oogje in het zeil. Een kwart van de bevolking is van mening dat bankproducten een sluwe manier zijn om geld te verdienen of vind het zelfs pure oplichterij.

AEGON tekent kredietfaciliteit van 2 miljard

AEGON is een kredietfaciliteit van 2 miljard euro overeengekomen met een syndicaat van internationale banken onder leiding van Bank of America Merrill Lynch en Citigroup Global Markets. De doorlopende kredietfaciliteit heeft een looptijd van vijf jaar en kan tweemaal met één jaar worden verlengd. AEGON heeft diverse kredietfaciliteiten met international banken die dienen ter ondersteuning van de uitgifte van commercial paper en tevens dienen als aanvullende liquiditeitsbronnen. AEGON kan binnen de nieuwe faciliteit tevens tot EUR 1 miljard aan letters of credit uitgeven. De nieuwe faciliteit vervangt bestaande faciliteiten van in totaal 3 miljard euro die in september 2012 zouden aflopen.

donderdag 26 januari 2012

Grote verschillen in beleid Nederlandse banken

Na 3 jaar zijn er nog grote verschillen in verduurzamingsbeleid bij de Nederlandse banken, zo stelt de Eerlijke Bankwijzer. Vrijwel alle banken hebben concrete vooruitgang geboekt in deze periode maar sommige blijven achter. Dit blijkt uit het overzicht van de Eerlijke Bankwijzer dat vandaag gepubliceerd wordt. Het overzicht valt samen met het 3-jarig bestaan van de Eerlijke Bankwijzer deze maand.
Peter Ras, projectleider Eerlijke Bankwijzer : "Op basis van 3 jaar onderzoek constateren wij dat vrijwel alle banken hun beleid op duurzaamheid verbeteren maar sommige banken moeten hier wel veel meer werk maken. Verder is het teleurstellend dat klanten nog steeds niet weten waar banken hun geld in investeren; verreweg de meeste banken houden dit tot nu toe angstvallig verborgen. "
ABN Amro, AEGON en Delta Lloyd hebben in 2011 nauwelijks of geen nieuw beleid doorgevoerd en hebben daarom geen hogere scores voor hun maatschappelijk beleid gehaald. Dit terwijl ze op veel sociale en milieu-onderwerpen zwak scoren. Friesland Bank, NIBC, Van Lanschot en ING lieten in 2011 vooruitgang zien in hun duurzaamheidbeleid, wat leidde tot enkele hogere scores. Er is gebrek aan transparantie over zowel investeringen als duurzaamheidbeleid van veel banken, waaronder ABN Amro, SNS Reaal en ING.
De praktijkonderzoeken van de Eerlijke Bankwijzer tonen aan dat verreweg de meeste bankgroepen het eigen MVO-beleid nog altijd niet consequent toepassen. Uit de praktijkonderzoeken naar investeringen van banken in de kledingsector, in bedrijven die al jarenlang betrokken zijn bij ernstige mensenrechtenschendingen en in varkenshouderijen blijkt dat afspraken over verduurzaming meestal niet worden vastgelegd in krediet-overeenkomsten met bedrijven. Banken kunnen niet aantonen dat specifieke sociale, milieu- en dierenwelzijnkwesties structureel aan de orde worden gesteld bij bedrijven uit deze sectoren. Banken hebben vaak geen meetbare MVO-doelstellingen met hun zakelijke klanten opgesteld en rapporteren niet volgens internationale richtlijnen bij hoeveel bedrijven zij sociale en milieukwesties aan de orde brengen. Het blijft dus onduidelijk voor klanten hoe de banken hier handen en voeten aan geven.
De Eerlijke Bankwijzer is een initiatief van Oxfam Novib, FNV, Amnesty international, Milieudefensie en de Dierenbescherming. Vredesorganisatie IKV Pax Christi maakt per vandaag ook deel uit van de Eerlijke Bankwijzer.

Systemen bij banken zijn niet betrouwbaar

De Consumentenbond en Detailhandel Nederland plaatsen vraagtekens bij de betrouwbaarheid van de systemen waar banken gebruik van maken om betalingen te verwerken. Beide organisaties lieten dat woensdag weten naar aanleiding van de hardnekkige ING storing. 'Er zijn de afgelopen tijd storingen geweest bij verschillende banken met pinnen en internetbankieren. Wij vragen ons af of de infrastructuur bij deze financiële instellingen wel betrouwbaar is. De bank heeft de storing, maar wij de ellende,' zei directeur Henk Kok van Detailhandel Nederland. 'Bij dit soort storingen staat zowel de consument als de ondernemer met zijn rug tegen de muur.'

Meer beheer, minder provisie en transacties

Leden van de Nederlandse Vereniging van Hypothecair Planners, NVHP, besteden meer tijd dan in het verleden aan het onderhouden van in het verleden afgesloten hypothecaire kredieten. Het vertrouwen in het herstel van de woningmarkt in onverminderd laag.
Van de totaal beschikbare tijd besteden leden van de NVHP gemiddeld 62% aan het adviseren van nieuwe hypotheken en 38% aan het adviseren en onderhouden van in het verleden afgesloten hypothecaire kredieten. Secretaris van de NVHP, Evert Creemers: "Dit is een herkenbare ontwikkeling. Als gevolg van de huidige economische situatie willen veel consumenten hun bestaande hypotheek aanpassen. Men wil over het algemeen meer aflossen of kapitaal opbouwen waarmee de lening aan het eind van de looptijd kan worden afgelost. In mijn eigen praktijk zie ik dat deze werkzaamheden in het afgelopen jaar sterk zijn toegenomen."
Indien de beleidsvoornemens van het Kabinet worden doorgezet, dan is 2012 het laatste jaar waar aanbieders aan bemiddelaars in hypothecaire kredieten nog provisie mogen betalen over afgesloten hypothecaire kredieten. Met ingang van 1 januari 2013 geldt een verbod op provisies. Leden van de NVHP anticiperen al op deze ontwikkeling. 57% van de respondenten rekent zijn kosten op dit moment volledig door aan de klant en ontvangt geen provisie meer. 5% werkt nog volledig op provisie. Bij 38% bestaan op dit moment mengvormen. Zolang de kosten van advies, net als de overdrachtsbelasting en de kosten van notaris en makelaar, in de hypotheek meegefinancierd kunnen worden, verwacht de NVHP op het gebied van hypothecair krediet geen grote problemen bij de uitwerking van het verbod op provisie. Anders wordt dit, wanneer de maximale financiering verder wordt teruggedrongen. Indien consumenten in één keer uit eigen middelen de kosten van advies moeten financieren, zal dat bij een deel van de consumenten ertoe leiden dat men ervan afziet zich goed te laten adviseren. Dit zou wel eens het meest kwetsbare deel op de markt van woningkopers kunnen zijn. Binnen de huidige regelgeving verwachten wij echter geen grote problemen.
Leden van de NVHP hebben een ongekend laag vertrouwen in het herstel van de woningmarkt -en daarmee die van de hypotheekmarkt- in de nabije toekomst. Bij 45% van de respondenten ligt het vertrouwen onder de 5 op een schaal van 10. Gemiddeld komt het vertrouwen uit op 5,5.

woensdag 25 januari 2012

Menzis verzekerdenstand stabiel in 2012

Menzis heeft een zeer beperkt aantal klanten verloren. Het totale aantal verzekerden is daarmee stabiel op 2,1 miljoen. De aanvullende en tandverzekeringen van Menzis zijn succesvol. Het aantal klanten met een aanvullende en tandverzekering is, tegen de landelijke trend in, gelijk gebleven.
Het Menzis label heeft zoals verwacht klanten verloren, maar minder dan vooraf ingeschat. Het regionale label Azivo heeft het goed gedaan en is met 2000 verzekerden gestegen. Internet label AnderZorg heeft het eveneens goed gedaan. De groei is minder dan voorgaande jaren. AnderZorg groeit nog steeds en is inmiddels het meest volwassen internetlabel met ruim 203.000 verzekerden. In totaal is het aantal verzekerden bij het Menzis concern met 9000 afgenomen.
Het aantal verzekerden dat een aanvullende verzekering en tandverzekeringen nemen is voor 2012 stabiel gebleven. Landelijk wijkt Menzis daarmee af van de trend dat steeds meer mensen geen aanvullende en tandverzekeringen afsluiten. Menzis kiest bewust voor complete verzekeringspakketten om daarmee de solidariteit overeind te houden en hanteert daarbij geen enkele vorm van medische selectie. Dekking die uit de basisverzekering is geschrapt, zoals fysiotherapie voor reumapatiënten en dieetadvisering, is opgenomen in de aanvullende pakketten. Desondanks heeft Menzis de premiestijging voor de aanvullende verzekeringen weten te beperken of gelijk gehouden.
Ook bij de tandverzekeringen ziet Menzis een afwijking ten opzichte van de landelijke trend. Het aantal klanten dat een tandverzekering afsluit is stabiel op driekwart van de verzekerden. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan de keuze van Menzis om zogenaamde verrichtingen polissen te voeren. Zelfs bij de goedkoopste tandverzekering wordt geen maximale jaarlijkse vergoeding gehanteerd. Voor elke behandeling bij de tandarts wordt een vergoeding gegeven ongeacht het aantal behandelingen per jaar. Menzis heeft ook bewust gekozen om geen maximale vergoedingenlijst te hanteren voor mondzorg voor de jeugd tot 18 jaar. Deze aspecten en de beperkte premiestijging van de tandverzekeringen hebben ertoe geleid dat het aantal klanten met een tandverzekering niet is afgenomen.

Bankieren van de toekomst

De traditionele banken op middellange termijn gaan verdwijnen. Ervoor in de plaats komen initiatieven die op regionale, landelijke of wereldschaal een brug gaan slaan tussen de rijkeren en de armeren. Deze organisaties zullen geen legacy hebben en de aard van de belegging bepaalt het type dienstverlening en de kosten ervan. En omdat schaalgrootte nauwelijks voordeel oplevert, zullen er ook veel kleinere spelers op de markt toe kunnen treden.

Aegon: 'Geef werknemer recht op pensioenzekerheid'

Het is mogelijk om iedere werknemer volledige pensioenzekerheid te geven. Dit schrijft verzekeraar AEGON aan de politiek. Alle pensioenfondsen en alle verzekeraars zouden verplicht moeten worden naast hun bestaande regelingen ook een zekerheidspensioen aan te bieden. Voor de werknemer blijft het een vrije keuze.
In het nieuwe pensioenstelsel zullen werknemers veel meer te maken krijgen met 'zachte' rechten. De werknemer loopt dan meer risico met zijn opgebouwde pensioenrechten, maar heeft wel kans op hogere rendementen. De kans op afstempelen neemt in het nieuwe stelsel toe. Bovendien is afstempelen niet langer een uiterste redmiddel, maar gewoon een van de maatregelen die fondsbesturen kunnen nemen bij tegenvallende cijfers. De werknemer zit intussen niet te wachten op meer risico. Uit eerder onderzoek van AEGON bleek al dat tweederde van de werknemers zelfs bereid is om extra premie te betalen voor meer financiële zekerheid voor de oude dag.
Het wettelijk zekerheidspensioen biedt die gewenste zekerheid. Uit AEGON's rekensom blijkt dat een zekerheid van 99,5% (een percentage dat gebruikelijk is bij pensioenverzekeraars) één procent van de jaarlijkse indexatie kost. Onder de huidige omstandigheden is het de ambitie om pensioenen te indexeren met 2,6%. Die indexatie zou dan zakken naar 1,6%. Daarvoor is de werknemer dan wel verlost van het risico van afstempelen. De te betalen pensioenpremie blijft gelijk.
AEGON heeft zich tot de minister en de Kamer gewend met het idee voor een wettelijk zekerheidspensioen. Het idee is om iedere pensioenuitvoerder te verplichten het zekerheidspensioen aan te bieden aan werknemers. AEGON definieert het zekerheidspensioen als "een pensioen waarbij de deelnemer met 99,5% zekerheid weet dat hij op zijn pensioendatum ook een levenslange uitkering krijgt ter grootte van de toegezegde aanspraak." Ter vergelijking: pensioenfondsen moeten nu een zekerheid bieden van 97,5%. Dat betekent dat een uitvoerder één keer in de veertig jaar niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Bij een zekerheid van 99,5% is dat één keer in de tweehonderd jaar.
De werknemer is niet verplicht deel te nemen aan een zekerheidspensioen. De lange beleggingshorizon pleit, zeker op jongere leeftijd, voor het nemen van beleggingsrisico. De werknemer kan dan op een zelfgekozen moment overstappen naar een zekerheidspensioen.
AEGON heeft het plan voor een wettelijk zekerheidspensioen vastgelegd in een position paper dat is aangeboden aan minister Kamp van SZW en aan de Vaste commissie voor SZW van de Tweede Kamer. Volgens AEGON heeft het paper niet de pretentie een wetsvoorstel te zijn: "Het is bedoeld als een serieuze aanzet om te komen tot een extra pensioenvorm in Nederland die deelnemers de vrijheid biedt te kiezen voor pensioenzekerheid."

dinsdag 24 januari 2012

ING: Morgen internetbankieren weer op orde

Storing ING hardnekkig

ING heeft nog altijd geen verklaring voor de aanhoudende problemen met internetbankieren. De bank kampt voor de derde dag op rij met een storing. Volgens de website van de bank zijn Mijn ING en de mobiele applicatie op dit moment niet beschikbaar. Ook het betalen via iDEAL is onmogelijk. 

Meer druk op banken

Minister De Jager sluit een verplichte kwijtschelding van de Griekse schulden niet uit. Dat zei hij bij aankomst in Brussel waar de ministers van EU-landen vergaderen over de schuldencrisis, waarover de NOS bericht. De banken onderhandelen inmiddels al maanden over een vrijwillige kwijtschelding van de Griekse schulden. Griekenland had al ingestemd met een vrijwillige afwaardering van het schatkistpapier van 50 procent, maar dat zal waarschijnlijk niet voldoende zijn.

maandag 23 januari 2012

'Belgische banken mede verantwoordelijk voor wereldwijde crisis'

Belgische banken hebben de wereldwijde financiële crisis mede veroorzaakt. Dat klinkt sterk, maar dat is de akelige conclusie die je kan trekken na het lezen van een working paper van het studiedepartement van het IMF, dat in 2010 is verschenen, aldus Véronique Goossens bij het weekblad Knack. Iedereen herinnert zich het faillissement van IJsland nog, maar België was maar een millimeter verwijderd van het zelfde scenario. Daar werd 53 procent van alle bankactiva afgeschreven. 'Dat we die zware aderlating destijds enigszins zonder kleerscheuren hebben doorstaan mogen we danken aan de Belgische spaarder. Die is zijn zuurverdiende spaargeld niet massaal onder de matras gaan stoppen. Hij had er dan ook geen idee van dat ons land letterlijk aan de vooravond van een Armageddon stond.'

Woningmarkt verder op slot door onzekerheid hypotheekrenteaftrek

De discussie over het beperken of afschaffen van de hypotheekrenteaftrek is de laatste dagen weer opgelaaid. Verschillende partijen voeren de druk op het kabinet op om maatregelen te treffen. De NVB pleit daarbij openlijk voor geleidelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Waar staat de Nederlandse consument in dit geheel? Uit onderzoek van USP Marketing Consultancy komt naar voren dat ook de Nederlandse consument aan zekerheid toe is. De onzekerheid rondom de hypotheekrenteaftrek zorgt bij 20% van de huishoudens voor aanpassingen in het woongedrag (veelal het uitstellen van een verhuizing). Verder is te zien dat vanwege de toegenomen financiële onzekerheid, de Nederlandse woningeigenaar meer dan ooit van mening is dat de hypotheekrenteaftrek in de huidige vorm behouden moet blijven. Tot slot komt naar voren dat 45% van de huizenbezitters het vertrouwen in het kabinet verliest als er aan de hypotheekrenteaftrek wordt gemorreld.
Naast alle andere partijen die al druk uitoefenden op het kabinet om een besluit te nemen omtrent de hypotheekrenteaftrek, voegt nu ook de Nederlandse consument zich bij dit rijtje. Eén op de vijf huishoudens geeft aan dat de onzekerheid rondom de hypotheekrenteaftrek effect heeft op hun plannen op de woningmarkt. Bijna één op de tien huishoudens geeft aan de verhuisplannen die er waren uit te stellen en 7% kiest nu voor een huurwoning in plaats van de koopwoning die men voor ogen had. Deze conclusies zijn vooral van toepassing op huurders. Van de huurders zegt 24% dat de onzekerheid leidt tot aangepaste plannen. Voor de meerderheid van deze groep (63%) is daarbij het kopen van een woning (voorlopig) van de baan. Door de toenemende financiële onzekerheid van de afgelopen tijd is ook duidelijk te zien dat steeds meer woningbezitters zich tegen aanpassingen aan de hypotheekrenteaftrek keren. Waar in 2009 nog iets meer dan een derde van de woningbezitters tegen aanpassingen aan de hypotheekrenteaftrek was, is dit nu opgelopen tot 60%. Een grote groep woningbezitters (48% van de totale groep) vindt zelfs dat de hypotheekrenteaftrek tot in de lengte der dagen behouden moet blijven. Onder de huurders vindt de meerderheid dat de hypotheekrenteaftrek géén heilig huisje is (61% is vóór aanpassingen).
Als er door dit kabinet aanpassingen worden gedaan aan de regeling rondom de hypotheekrenteaftrek, dan zegt 45% van de huizenbezitters hun vertrouwen te verliezen in het huidige kabinet. De huurders halen dit percentage nog enigszins omlaag zodat in het algemeen gesteld kan worden dat 36% van de Nederlandse huishoudens het vertrouwen in het kabinet verliest bij aanpassingen aan de hypotheekrenteaftrek.
Als blijkt dat de hypotheekrenteaftrek dan toch aangepast gaat worden dan kiest ruim de helft van de huishoudens ervoor om de hypotheekrenteaftrek alleen toe te staan voor woningen tot een bepaald aankoopbedrag (56%). Ook het idee van ING om geleidelijk in 30 jaar af te schaffen, is volgens 47% van de Nederlanders een maatregel die in aanmerking komt als de hypotheekrenteaftrek dan toch op de schop moet. Het idee van de Rabobank om hypotheekrenteaftrek alleen toe te staan voor annuïteitshypotheken (verplicht aflossen), krijgt minder bijval, maar alsnog zegt 22% dat dit een aanvaardbare maatregel is.
Overigens geeft 53% van de Nederlandse consumenten aan dat het aanpakken van de hypotheekrenteaftrek alleen niet voldoende is, maar dat er een integrale aanpak dient te komen waarbij ook de huurmarkt wordt meegenomen. Uiteraard zijn vooral woningbezitters deze mening toebedeeld (64% onder kopers ten opzichte van 38% onder huurders).
De consument is gevraagd wat de belangrijkste gevolgen zullen zijn van het volledig afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. De belangrijkste consequentie is dat huren populairder zal gaan worden (36%). Niet geheel de bedoeling van dit kabinet gezien dit eigen woningbezit juist probeert te stimuleren (d.m.v. kooprecht voor huurders). Verder verwacht de Nederlandse consument ook dat de prijzen van koopwoningen sterk zullen dalen (33%) en de algehele economie zal krimpen (24%). Slechts 9% van de Nederlanders denkt dat er na afschaffing van de hypotheekrenteaftrek weinig zal veranderen. Huurders en kopers zijn het hier in grote mate met elkaar eens.

vrijdag 20 januari 2012

Verdubbeling groei Visa Europa

De totale uitgaven in Europa met Visa betaalkaarten stegen over 2011 met 14% naar 1,16 miljard euro, zo blijkt uit door Visa Europa gepubliceerde resultaten. Deze groei houdt in dat van elke zeven euro aan consumentenuitgaven in Europa er één wordt uitgegeven met een Visa betaalkaart, afgezet tegen één op elke acht in 2010 en één op elke achttien in 2000.
De groei van debet betaalkaarten, de meest gebruikte betaalkaart onder Europeanen, gaat gestaag door. Op jaarbasis wordt een groei genoteerd van 16%, zowel in de waarde als in het volume van het aantal transacties op verkooppunten. Bijna 80% van de consumentenuitgaven met Visa betaalkaarten in Europa wordt verricht met debet betaalkaarten.
"Ondanks de aanhoudende problemen met de economie, zijn de uitgaven met Visa betaalkaarten door Europeanen in 2011 gestegen met 14%", aldus Peter Ayliffe, Chief Executive van Visa Europa: "Dit ligt aan het feit dat steeds meer consumenten en winkeliers het gemak, de veiligheid en de efficiëntie van elektronische betalingen inzien. De groei was wederom het grootst bij de debet betaalkaarten."
De verwachting is dat deze groei van elektronische betalingen in 2012 wordt voortgezet. Dit jaar zal Visa namelijk diensten voor mobiele betalingen en de digitale portemonnee introduceren. Deze diensten vormen een belangrijk aspect van de toekomststrategie voor betalingen.

De Lage Landen werkt aan financiële bewustwording

De Lage Landen, aanbieder van financieringsoplossingen voor zowel bedrijven als consumenten, heeft zich als zogenoemde hoofdsubsidiënt aangesloten bij Stichting Leven En Financiën (LEF). Met De Lage Landen, eigenaar van onder meer consumentenkredietverstrekker Freo, heeft Stichting LEF een tweede hoofdsponsor gevonden die zowel inhoudelijk en actief bijdraagt aan de doelstellingen van LEF: financiële educatie aan jongeren tussen de 15 en 22 jaar. Algemeen directeur Financial Solutions Milko Wijckmans neemt namens De Lage Landen plaats in het Comité van Aanbeveling van LEF. Dit comité bestaat uit Wim Witteveen, Cees Welten, Jack Hommel, Reinier van Fulpen en Erica Terpstra.

donderdag 19 januari 2012

Ondanks grote onzekerheid voorzien veel bedrijven winstgroei

Voor 2012 rekent meer dan de helft van de bedrijven op groei, zowel in omzet als in winst. Met name het buitenland vormt hierbij een grote stimulans. Dit blijkt uit het Berenschot Strategy Trends Onderzoek 2012 dat voor het zesde jaar op rij is gehouden. Voor wat betreft de werkgelegenheid verwachten evenveel bedrijven groei als krimp.
Aan het het Berenschot Strategy Trends Onderzoek deden 194 ondernemers en bestuurders deel. Zij vormen een brede afspiegeling van de top van het Nederlandse bedrijfsleven. De respondenten zijn eigenaren, bestuurders, directeuren en (top)managers in verschillende sectoren van de private sector. Naast deelnemers uit de industrie, financiële dienstverlening en zakelijke dienstverlening zijn ook de sectoren bouw en utilities dit jaar als aparte categorieën vertegenwoordigd.
Maar liefst 66% van de deelnemers geeft aan zich de komende jaren door 'kwaliteit van producten of diensten' te willen onderscheiden. 'Service' en 'innovatie' blijven belangrijke elementen van het onderscheidend vermogen. De 'laagste lifetime costs' - de kosten voor de totale levensduur van het product of de dienst - nemen in belang toe .Als belangrijkste strategische issue voor 2012 noemen ondernemers net als vorig jaar 'nieuwe businessmodellen' (39%). 'Innovatie/R&D' (32%) en 'human capital' (29%) completeren de top 3.
Gezien de sterke onderlinge afhankelijkheid van bedrijven, onder meer als gevolg van prijsconcurrentie en leverbetrouwbaarheid, is een opvallende uitkomst dat het issue 'allianties in de bedrijfsketen' de afgelopen jaren toch zeer sterk daalde. In 2012 staat het pas op de 13e plaats. Ook 'co-design/co-productie' scoort laag. Hendrik Jan Kaal, senior managing consultant Berenschot: "Het lijkt erop dat de grote onzekerheid bedrijven ertoe brengt zich vooral bezig te houden met alles waar zij zelf grip op hebben. Het is te hopen dat ze hun rol in netwerken niet verwaarlozen en de blik wel voldoende op de buitenwereld gericht houden."
Ondanks de positieve insteek bepaalt de conjunctuur wel degelijk de kwaliteit van strategievorming. Het strategieproces van het Nederlandse bedrijfsleven blijkt het meest te lijden onder de 'onzekerheid over de toekomst' (32%). Wel worden vaker keuzes gemaakt én in de praktijk gebracht dan de afgelopen jaren. Hét grote struikelblok voor de realisatie van de strategie blijkt operationele drukte. Andere genoemde belemmeringen zijn een tekort aan juiste competenties en te veel focussen op interne processen.

Banken uit opkomende landen winnen terrein

Banken uit opkomende landen groeien en slaan hun vleugels uit: niet zozeer naar onze Zuidas, maar vooral in de eigen regio. Want daar zijn nog volop groeimogelijkheden. Dat schrijft de Nederlandse Bank.
ICBC, de Chinese bank die begin 2011 de deuren opende van haar eerste Nederlandse kantoor aan het Amsterdamse Museumplein, is de grootste bank ter wereld (naar marktwaarde) met 240 miljoen particuliere en 40 miljoen zakelijke klanten. In de internationale top 25 van grote banken staan acht banken uit opkomende landen: naast ICBC zijn dat drie andere Chinese banken, drie Braziliaanse en een Russische bank. In 2010 waren de banken van opkomende landen bij elkaar genomen goed voor zo’n 30% van de winsten, een derde van de inkomsten en de helft van het totale TIER-1 kapitaal van alle banken wereldwijd.
De laatste tijd groeien banken uit opkomende landen steeds sneller dan hun collega’s uit de Westerse landen. De kredietcrisis veroorzaakte een orkaan in het Westen maar heeft minder impact gehad op de banken in opkomende landen. Dat is deels door de totaal andere verhouding tussen leningen en spaartegoeden: banken in opkomende landen hebben relatief weinig leningen uitstaan tegenover de hoeveelheid spaargeld. Dat heeft ze een boel ellende bespaard en omdat ze minder geraakt zijn door problemen op de internationale geldmarkten, kunnen ze nog steeds grif leningen verstrekken. Ook de overgang naar Bazel III is voor deze banken eenvoudiger. Ze hebben al zeer hoge kapitaalratio’s, hebben minder riskante assets en doen zeer beperkt aan investeringsbankieren.
Tegelijkertijd ligt er thuis een enorme markt braak. Een groot deel van de bevolking in opkomende landen heeft nog geen toegang tot banken. Naarmate de welvaart toeneemt, zullen steeds meer mensen aankloppen bij een bank. Voeg daarbij dat de groeivooruitzichten voor deze landen een stuk rooskleuriger zijn dan die voor de rijke landen anno 2011. Dat alles wijst erop dat steeds meer banken uit opkomende landen zullen figureren in de hoogste regionen van de internationale ranglijsten.
Vleugels uitslaan
Maar betekent dit dat de Amsterdamse Zuidas over enkele jaren vol staat met Braziliaanse en Chinese banken? Dat valt te betwijfelen. Ten eerste zullen deze banken zich verplicht voelen om in te spelen op de groeiende kredietbehoeften van de eigen bevolking en dat laat minder kapitaal over voor buitenlandse expansie. Veel spaargeld staat bovendien geparkeerd bij slaperige staatsbanken die geen enkel animo tot expansie buiten de grenzen vertonen. Tot slot zullen toezichthouders paal en perk willen stellen aan buitenlandse avonturen van banken: de aanwending van spaargelden van de eigen bevolking voor de financiering van buitenlandse vestigingen stelt een bank immers bloot aan nieuwe risico’s.
Aan de andere kant zijn veel van deze banken relatief goed gefinancierd en winstgevend. Daardoor kunnen ze gemakkelijker nieuwe investeringen doen én buffers opbouwen. Daarmee is hun positie fundamenteel anders dan die van banken uit rijke landen, die gedwongen of vrijwillig hun buitenlandse kantoren consolideren of verkopen. Voeg daarbij de expansiedrift van grote internationale concerns uit de opkomende landen: in hun kielzog zullen ook banken steeds vaker hun vleugels uitslaan over de grenzen. Alles bij elkaar genomen is dan ook de verwachting dat deze banken niet alleen in hun eigen land maar ook internationaal zullen groeien.
Toch zal deze expansie waarschijnlijk vooral beperkt blijven tot de eigen regio. Tot nog toe hebben banken uit opkomende landen voornamelijk geïnvesteerd in landen binnen hun eigen regio omdat winst gemakkelijker te behalen valt in een gelijksoortig land. Daarnaast valt er op dit moment in de rijke landen, met hun schuldencrisis en slechte economische vooruitzichten, weinig winst te behalen. Verscherpte regelgeving zal het ook lastig maken voor banken om hier een nevenkantoor te beginnen. Meer groeimogelijkheden liggen voor het grijpen in de direct omliggende landen – de opkomende economieën van vandaag en morgen.

woensdag 18 januari 2012

Blunder internetbankieren duur betaald

Een bedrijf dat via Rabo Internetbankieren per abuis geld had overgemaakt naar een verkeerd, inmiddels gefailleerde onderneming, kan zich niet beroepen op de zorgplicht van de bank. Dat heeft de rechtbank Alkmaar bepaald. Het Alkmaarse bedrijf Wilkin wilde verhaal halen bij de bank, maar die weigerde de zoekgeraakte 10.000 euro plus rente en ‘kosten rechtens’ te betalen. Hoewel Wikin bij het overboeken een fout heeft gemaakt, brengt de zorgplicht van Rabobank met zich mee dat indien Wikin die fout onmiddellijk constateert en de bank daarvan in kennis stelt, de bank alle redelijke maatregelen neemt ter voorkoming van (verdere) schade, stelde de gedupeerde onderneming in de rechtbank.

Banken en verzekeraars letten beter op bemiddelaars in belang van klant

De AFM stuit in haar toezicht nog regelmatig op bemiddelaars die de eisen aan zorgplicht, integriteit en vakbekwaamheid onvoldoende naleven. Aanbieders van financiële producten hebben hier een eigen verantwoordelijkheid. Deze verantwoordelijkheid volgt niet alleen rechtstreeks uit de wet (vergewisplicht, meldplicht en wederzijdse afhankelijkheid), maar ook uit de noodzaak om de kwaliteit van de distributie te waarborgen.
Een aanbieder die het klantbelang centraal stelt levert kostenefficiënte, nuttige, veilige en begrijpelijke (knvb) producten en distributie aan klanten. Dit betekent dat aanbieders in het productontwikkelingsproces rekening moeten houden met de wijze van distributie. En dat bemiddelaars aan bepaalde kwaliteitseisen moeten voldoen om het product adequaat te kunnen adviseren.
Ketenbeheersing veronderstelt dat aanbieders hun verantwoordelijkheid nemen en adequate maatregelen nemen als bemiddelaars niet aan de benodigde kwaliteitseisen voldoen. Ook na het provisieverbod blijft voor banken en verzekeraars een verantwoordelijkheid bestaan. De verwachting is dat het provisieverbod een significante en positieve verandering op gaat leveren in de relatie tussen de aanbieder en bemiddelaars die onafhankelijker van elkaar zullen gaan opereren. Dat neemt niet weg dat banken en verzekeraars in het belang van de klant op de distributieketen moeten blijven letten. Als er sprake is van bemiddeling of optreden als gevolmachtigd agent is het wettelijk kader dat de onderlinge verhoudingen regelt sowieso van toepassing.
De AFM constateerde in 2010 belangrijke tekortkomingen in de ketenbeheersing. De AFM heeft in 2011 opnieuw onderzocht op welke manier aanbieders invulling geven aan deze verantwoordelijkheid. Dit onderzoek leidt tot een aantal belangrijke constateringen:
Betere naleving vergewisplicht en meer meldingen van misstanden
Alle betrokken banken en verzekeraars hebben in 2011 maatregelen genomen om de ketenbeheersing te verbeteren. Zo wordt alerter op ingetrokken vergunningen van bemiddelaars gereageerd en zijn de procedures rondom de controle van het register aangescherpt. Ook melden aanbieders vaker misstanden in de markt. 
Zicht op kwaliteit van bemiddelaars is beter, maar verschilt per aanbieder
Aanbieders hebben maatregelen genomen om de kwaliteit van bemiddelaars te kunnen monitoren. Er bestaan wel substantiële verschillen tussen de mate van concreetheid van deze maatregelen. De AFM beveelt aanbieders aan de maatregelen verder uit te werken zodat ze in staat zijn om tijdig schadelijke praktijken te signaleren en daar naar te handelen. Bijvoorbeeld door het volgen van het percentage onnatuurlijk verval in een verzekeringsportefeuille of door het aantal explains en de opbouw van de leningen te volgen bij hypotheekadviezen. 
Afwikkelen van een portefeuille moet binnen drie maanden
Het afwikkelen van een portefeuille na intrekking van de vergunning duurt nog te lang. De AFM verwacht dat aanbieders maatregelen nemen om de afwikkeling van portefeuilles te verkorten naar de standaard termijn van drie maanden. Na afloop van die termijn kan er namelijk sprake zijn van samenwerking met een illegale bemiddelaar, als de bemiddelaar nog overeenkomsten sluit of een portefeuille beheert.
Op 1 januari 2012 is de nieuwe deelvergunning pensioenverzekeringen geïntroduceerd. Pensioenbemiddelaars moeten deze vergunning voor 1 februari 2012 bij de AFM aanvragen. Vervolgens heeft de pensioenbemiddelaar tot 1 juli 2012 de tijd om aan te tonen hoe hij aan de gestelde vakbekwaamheidseisen gaat voldoen. De AFM verwacht dat pensioenverzekeraars in februari en juli 2012 extra controleren of pensioenbemiddelaars over de nieuwe deelvergunning pensioenverzekeringen beschikken. Bemiddelaars die geen deelvergunning pensioen aanvragen voor 1 februari of voor 1 juli niet kunnen aantonen hoe aan de vakbekwaamheidseisen zal worden voldaan, moeten hun pensioenportefeuille binnen drie maanden afwikkelen.
Door het AFM register in 2012 frequenter te raadplegen, zal het effect van de nieuwe deelvergunning pensioenverzekeringen eerder zichtbaar worden. Het is in het belang van de deelnemers van rechtstreeks verzekerde pensioenregelingen dat pensioenverzekeraars hun verantwoordelijkheid op dit punt nemen.

dinsdag 17 januari 2012

Rabobank lanceert kassa voor onlinebetalingen

Rabobank biedt ondernemers vanaf heden de Rabo OmniKassa: een veilig en praktisch Online-kassasysteem voor alle online-betalingen aan hun webwinkels. De Rabo OmniKassa koppelt alle betalingssystemen aan die webwinkel en garandeert de ondernemer een snelle en veilige bijboeking van zijn omzet.
Met de Rabo OmniKassa wordt volgens de Rabo gehoor gegeven aan de wens van ondernemers: een eenduidig en uniform financieel systeem voor alle online-betalingen. Zo heeft de ondernemer nu niet langer te maken met de verschillende processen, kenmerken en doorlooptijden van afzonderlijke betaalmethodes en het bijbehorende onderhoud. Eén integrale overeenkomst regelt de voorwaarden voor alle transacties. Aan de OmniKassa kunnen meerdere webwinkels worden aangesloten.
Daarnaast draagt Rabo OmniKassa bij aan een betere financiële afhandeling. Creditcard betalingen worden bruto uitbetaald en de kosten worden separaat geboekt. In geval van een retourzending kan de iDEAL betaling vanuit de kassa worden teruggestort.
Tenslotte biedt de internet-kassa via een realtime dashboard een integraal overzicht en sturingsmogelijkheid op alle bestellingen, betalingen en voorraden.
De Rabo OmniKassa vervangt de drie huidige internetkassa’s iDEAL Lite, Rabo iDEAL kassa en Rabo Internetkassa. De komende maanden wordt gewerkt aan verdere verruiming van de mogelijkheden van de Rabo OmniKassa.

Aanhoudende krimp op financiële arbeidsmarkt

In 2011 is de vraag naar financieel specialisten gekrompen met 13% ten opzichte van 2010. In het vierde kwartaal 2011 was de krimp 5,9%. Met -29% vallen de hardste klappen in de financieel administratieve functies. Doorstroming zal dé factor van betekenis moeten worden voor een opleving op de markt voor financieel specialisten in 2012. Dit blijkt uit de analyse "Trends en ontwikkelingen op de financiële arbeidsmarkt 2011" van Erik Kolthof, competence director Finance bij Yacht.
Sectoren waar sprake is van groei zijn industrie, handel, energie & telecom. Industrie is de grootste groeier met 15%. Forse krimp is terug te vinden in de zorg en overheid, respectievelijk - 21% en - 38%.
Na jaren van krimp -2009: 40%, 2010: 16% en 2011: 13% -zit de markt voor financiële professionals nog steeds in een neerwaartse spiraal. De jaren van kwantitatieve schaarste hebben we na 2009 ver achter ons gelaten; het aanbod overtreft nog steeds de vraag. Dat is terug te zien bij schoolverlaters met een bedrijfseconomische achtergrond, bij zeer ervaren financieel specialisten zoals financieel managers en administrateurs en bij hoofden fina nciële administratie met meer dan 15 jaar werkervaring. Blijvende nadruk op kostenbeheersing, automatisering van routinematig administratief werk en off shoring van de finance functie, geven ook in 2012 geen aanleiding voor positieve verwachtingen.
Niet alle segmenten zijn echter in mineur. De markt is nog steeds goed voor niche-specialisten zoals auditors, tax accountants en treasurers. Daarnaast is het segment tweede en derde stappers, met 3 tot ongeveer 15 jaar werkervaring, zeer in trek. Zij combineren de benodigde ervaring met aanvullende competenties als beïnvloedingsvermogen, empathie en het vermogen om leiding te geven aan veranderingen.
Het aantal financieel specialisten dat van baan wilde wisselen lag de afgelopen jaren op een zeer laag niveau. Zowel de actief zoekenden, als degenen die open stonden voor een leuk aanbod, kozen voor de veiligheid van de huidige werkgever.
Sinds medio 2011 is echter een kentering zichtbaar en is een steeds grotere groep op zoek naar een nieuwe externe uitdaging. Nu is ongeveer 13% actief op zoek naar een nieuwe baan, ten opzichte van vorige metingen betekent dit een verdubbeling. De vorige keer zocht 29,5% helemaal geen nieuwe baan. Nu staat slechts 16% niet open voor een nieuwe functie extern. Ook degenen die niet echt op zoek zijn of niet echt op de schopstoel zitten, maar de arbeidsmarkt wel in de gaten houden, is gestegen (van 27,5% naar 35,5%) ten koste van de groep die er wel voor open staat als er zich iets aandient (van 25% naar 19,5%).
Na een periode van relatieve stilstand is de behoefte aan baanwisseling bij financiële professionals dus sterk toegenomen. Als deze carrousel eenmaal gaat draaien, is een toename van het aantal vacatures aanstaande. Aangezien vacaturesites nog steeds het meest gebruikte medium zijn voor werkzoekende financiële professionals, kunnen deze signalen snel zichtbaar worden.

maandag 16 januari 2012

Daling aantal valse eurobiljetten in Nederland

In 2011 is het aantal valse eurobiljetten in Nederland opnieuw gedaald. In totaal zijn 29.700 valse eurobiljetten onderschept en geregistreerd. Dat is 25% minder dan de 39.600 valse eurobiljetten die in 2010 werden aangetroffen. In 2010 nam het aantal valse biljetten ook al af met 28%.  Voor de daling is geen exacte verklaring te geven. Wel dragen oplettende winkeliers en de aandacht van politie en justitie bij aan de strijd tegen deze vorm van criminaliteit.
Ook wereldwijd is het aantal valse eurobiljetten afgenomen. De Europese Centrale Bank meldde vanmorgen in een persbericht dat het afgelopen jaar 606.000 valse eurobiljetten zijn aangetroffen, een afname van 19% ten opzichte van 2010. De meeste valse bankbiljetten die zowel in Nederland als in de andere Europese landen het meest uit circulatie worden gehaald betreffen de coupures EUR 20 en EUR 50.
Het is belangrijk dat het publiek alert is en kennis heeft van de echtheidskenmerken van de eurobiljetten. De Nederlandsche Bank heeft daarom de 'Eurobiljet app' geïntroduceerd die in vier stappen laat zien hoe je een eurobiljet kunt controleren.

Veel consumenten betalen nog steeds premie voor een woekerpolis

Zestig procent van de consumenten die een lijfrente woekerpolis hebben, betalen nog steeds iedere maand premie voor deze verzekering. Dit blijkt uit onderzoek van MoneyWise.nl. Veel consumenten met zo'n polis zijn zich er terdege van bewust dat het om een woekerpolis gaat. Toch heeft dit nog niet geleid tot het stopzetten van de premie voor deze woekerpolissen. Dat consumenten premie blijven betalen komt vaak omdat consumenten slecht zijn geïnformeerd over de mogelijkheden en simpelweg niet weten dat ze de premie stop mogen zetten. Een levensverzekering is een zogeheten eenzijdige overeenkomst. Dit betekent dat het niet verplicht is om premie te blijven betalen.
Het is inmiddels wel duidelijk dat dergelijke verzekeringen door de hoge kosten en de slechte prestaties van de beurs, de beloofde rendementen nooit meer gaan waarmaken. Het doorbetalen van de premie is daarmee in de meeste gevallen zonde van het geld. Zeker omdat er inmiddels veel betere alternatieven zijn.
Veel van deze lijfrente woekerpolissen werden betaald uit het spaarloon. Deze constructie werd vaak verkocht onder het mom van 'dubbel belastingvoordeel', omdat de premie voor lijfrenteverzekering aftrekbaar is en de premie al uit het bruto spaarloon werd voldaan. Het nadeel van deze constructie is dat de premie niet meer direct uit eigen portemonnee wordt betaald en de consument dus minder kritisch is op deze uitgave.
Nu de spaarloonregeling is gestopt, vragen verzekeraars hun cliënten naar hun privérekening om de premie te kunnen blijven innen. Consumenten grijpen dit moment aan om wel kritisch te kijken naar hun lijfrentepolis.
Veel consumenten zijn de risicovolle beleggingsverzekeringen zat en willen van hun polis af. Uit het feit dat veel mensen nog steeds premie betalen aan een polis, terwijl men eigenlijk wel weet dat dit niet verstandig is, valt af te leiden dat men het moeilijk vindt om over te stappen. De communicatie door verzekeraars helpt hierbij ook niet. Als een klant de afkoopwaarde opvraagt dan ontvangt deze ingewikkelde brieven waarin vooral vermeld staat dat afkopen tot wel 72% belasting kost. Reden voor veel mensen om dan maar niets te doen. Maar deze fiscale sanctie is helemaal niet van toepassing als men overstapt naar een ander product, zoals een lijfrente bankspaarrekening. Overstappen kan dan zonder fiscale gevolgen.
Advies inwinnen bij een adviseur blijkt ook nogal wat gevolgen te hebben. Tussenpersonen rekenen voor het overzetten van een lijfrentepolis € 500,- tot € 1.000,-. Voor veel consumenten een veel te hoge vergoeding, zeker omdat tussenpersonen jarenlang al verdiend hebben aan deze woekerpolissen.

Oplichters proberen 300 miljoen te cashen

Vijf oplichters hebben bij een bank in het Poolse Poznan tevergeefs geprobeerd een gestolen cheque van 300 miljoen euro te innen. Het geld zou van een internationale aardgasmaatschappij moeten komen. Bij een andere bank in Poznan hadden de mannen een krediet van meer dan 500 miljoen euro aangevraagd had, inclusief borgstelling.

vrijdag 13 januari 2012

Binnenkort draadloos betalen in Barcelona

De grootste bank op de Spaanse consumentenmarkt, La Caixa, gaat draadloos betalen in Barcelona uitrollen. Samen met VISA begint La Caixa de uitgifte van een miljoen bankkaarten aan klanten. Daarnaast gaan de partijen 17.000 kassa’s in lokale winkels opwaarderen. Er worden 500 PIN-automaten aangepast aan de NFC-techniek.

Kleine bank beter voor kleine spaarder

Wie zijn geld op een spaarrekening wil zetten, kan vaak meer rente krijgen bij een kleine bank. De laatste tijd zijn de spaarrentes van met name de kleine banken weer gestegen tot het hoogste niveau sinds medio 2009. Dat meldt RTL. De grote vier Nederlandse banken komen niet voor in de top-10 van banken in Nederland met de hoogste spaarrente. Uit cijfers van vergelijkingssite geld.nl blijkt bijvoorbeeld dat de LeasePlanbank meer dan 1,05 procentpunten meer rente geeft bij een vrij opneembare spaarrekening dan ING.

Consument wil actueel hypotheekadvies

Leden van de Nederlandse Vereniging van Hypothecair Planners, NVHP, rapporteren dat een groeiend aantal consumenten een hernieuwd hypotheekadvies op prijs stelt.
Consumenten kunnen in het verleden een hypotheek hebben afgesloten op basis van een advies dat aansloot op de, op dat moment bij de consument bestaande, wensen en behoeften. Deze wensen kunnen echter in de loop der tijd veranderen. Hierdoor kan een financieel product dat in het verleden correct is geadviseerd niet langer aansluiten bij de actuele wensen en behoeften van de klant.
69% van de respondenten aan het onderzoek merkt op dit moment dat klanten onzeker zijn over de keuzen die zij in het verleden met betrekking tot de door hen afgesloten hypotheek hebben gemaakt.
De veranderende wensen van de consument concentreren zich primair rondom de wens, om meer of eerder dan in het verleden was overeengekomen, af te lossen op de hypotheekschuld (36%), of extra kapitaal op te bouwen om op de einddatum de hypotheekschuld geheel of gedeeltelijk af te kunnen lossen (30%). Naast de behoefte aan informatie over de mogelijkheden om concrete zaken aan te passen, is er ook een relevante algemene behoefte aan informatie over de ontwikkelingen op het gebied van hypothecair krediet. Onderwerpen zijn onder meer vragen over de toekomst van de hypotheekrenteaftrek en het terugtrekken van steeds meer aanbieders van hypothecair krediet op de Nederlandse markt. Bij dit laatste richten de vragen zich dan vooral op de behoefte aan informatie over de gevolgen van het terugtrekken van deze aanbieders, op het moment dat er een nieuwe rentevastperiode moet worden overeengekomen.
Peter Wormskamp, voorzitter van de NVHP: 'Ik denk dat een goed adviseur zeker in deze tijd zijn klanten zal aanbieden om te controleren of de uitgangspunten die destijds zijn gekozen bij het afsluiten van belangrijke financiële producten, nog steeds gelden. Op het gebied van hypotheken ziet de consument dat de marktsituatie sinds het afsluiten van zijn hypotheek veranderd. Werd bij het afsluiten van de hypotheek vaak uitgegaan van een stabiele prijsontwikkeling van de woning, nu worden consumenten geconfronteerd met prijsdalingen. Ook het risico op werkloosheid wordt nu vaak hoger ingeschat dan in het verleden. Maar ook de verhoging van de pensioenleeftijd leidt tot andere financiële plaatjes dan ten tijde van het afsluiten van de hypotheek.'
De totale marktsituatie is in korte tijd ingrijpend gewijzigd, aldus Peter Wormskamp. Dat wordt nog eens versterkt door de vele berichten over mogelijke aanpassing van de fiscale behandeling van de hypotheekrente. Onrust ontstaat omdat onvoldoende wordt gecommuniceerd dat eventuele veranderingen voor bestaande leningen geleidelijk zullen moeten worden ingevoerd. Consumenten worden onrustig omdat men onvoldoende inzicht heeft in wat de gesuggereerde veranderingen in hun persoonlijke situatie kunnen betekenen. De opgave is nu om waar mogelijk binnen de bestaande producten aanpassingen aan te brengen waardoor de hypotheek weer meer gaat aansluiten bij de actuele wensen en behoeften van de consument. De sector moet echter opletten dat er weer geen trend ontstaat om massaal adviezen te gaan geven om bestaande hypotheken te beëindigen en een nieuwe hypotheek af te sluiten. Terecht stelt de AFM aan een dergelijk advies hoge eisen. Concreet kan een adviseur alleen komen tot een dergelijk advies, wanneer hij cijfermatig kan onderbouwen dat het oversluiten van de hypotheek voor de consument gunstiger uitpakt dan aanpassen binnen het bestaande contract. Indien het oversluiten van een hypotheek al in het belang van de consument is, zal dit minder makkelijk verlopen dan in het recente verleden, aangezien veel geldverstrekkers op dit moment terughoudend zijn in het verstrekken van nieuwe hypothecaire geldleningen.

donderdag 12 januari 2012

Ook in 2012 zware druk op funding van Europese financiële instellingen

Ernst & Young voorspelt dat solvabiliteit in 2012 in de hele Eurozone een acuut probleem zal blijven, ondanks de positieve stappen die onlangs zijn ondernomen door de Europese Centrale Bank. De voorspelling voor de kredietverlening in de regio is drastisch naar beneden bijgesteld. Instellingen zullen genoodzaakt zijn de strijd aan te gaan om particulier spaargeld en repatriëring van kapitaal zal vooral Oost-Europa hard treffen, waarbij niet uitgesloten kan worden dat sommige landen in de regio af zullen glijden naar een recessie.
Onlangs is de Europese Centrale Bank (ECB) overgegaan tot het verstrekken van driejarige leningen. Toch geeft de prognose aan dat de funding druk op banken binnen de hele Eurozone en daarbuiten zal aanhouden. Marcel van Loo, partner Ernst & Young en Banking & Capital Markets leider in EMEIA: 'Slechts een derde van de totale benutting van de ECB-leningen bestaat uit nieuwe funding. Alle nieuwe funding die door de ECB wordt verstrekt, moet gedekt zijn door onderpand. De markt voor ongedekte wholesale funding zal voorlopig nog wel even gesloten blijven. Gezien het hoge niveau van tegoeden dat momenteel door banken in bewaring is gegeven bij de ECB hebben deze extra gelden de markt maar weinig extra liquiditeit gebracht.'
De vraag is hoeveel van deze nieuwe funding zijn weg gaat vinden naar staatsobligaties, en welke landen daarvan zullen profiteren. De politiek hoopt dat de nieuwe funding zal helpen om de funding kosten omlaag te brengen. Marcel van Loo: 'Wij verwachten echter dat de regeldruk op kapitaal en liquiditeit voor banken en verzekeraars onverminderd zal voortduren. De druk vanuit aandeelhouders om investeringen in bepaalde wholesale- en handelsactiviteiten terug te schroeven, in combinatie met verscherpte regulering van derivatenhandel en clearinginstituten, zal over de volle breedte van de sector zorgen voor hogere funding kosten.'
De prognose voorspelt dat de bbp-groei in de Eurozone sterk zal afnemen naar 0,2% in 2012, ten opzichte van 1,6% in 2011. Deze geringe groei in combinatie met de gestegen kredietkosten levert een prognose op dat het totaal aan leningen in de Eurozone in 2012 zal krimpen met 0,9%. Vergeleken met de verwachtingen uit de vorige prognose, die spraken over een positieve groei van 1,2%, is dat een aanzienlijke bijstelling naar beneden. 'Toch hebben we het dan over een minder ernstige krimp dan in de nasleep van de financiële crisis in 2009, toen het totaal aan bankleningen met ongeveer 2,5% daalde,' zegt Marcel van Loo, 'maar voor leningen aan bedrijven wordt een krimp voorspeld van 0,8%, een neerwaartse bijstelling vergeleken met de eerdere prognose van een groei met 2,0%. Het midden- en kleinbedrijf, dat het toch al zwaar te verduren heeft, zal daar nog het meest onder te lijden krijgen. Mogelijk zal dit ook zorgen voor een rem op het toekomstige groeipotentieel voor de economieën in de Eurozone. Door het tekort aan liquiditeit zijn instellingen genoodzaakt de concurrentie aan te gaan ten aanzien van particulier spaargeld en investeringen, wat over de hele linie tot uitholling van de winstmarges leidt.'
De kapitaalproblemen bij de banken in de Eurozone zullen zorgen voor een voortzetting van de huidige trend om een gedeelte van hun kapitaal te repatriëren. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling voor veel Oost-Europese landen, want bijna driekwart van de leningen in Oost-Europa is afhankelijk van moedermaatschappijen in de Eurozone. Marcel van Loo: 'De vorderingen van banken in de Eurozone bedragen in totaal ongeveer 34% van het Oost-Europese bbp. De daaruit voortvloeiende kredietkrimp zou er heel gemakkelijk voor kunnen zorgen dat verschillende Oost-Europese landen afglijden naar een recessie.'

'Sparen voor kind afgestraft'

Wie sparende kinderen heeft of zelf een extraatje aanlegt voor de kinderen, wordt hiervoor hard afgestraft door de Belastingdienst. Dat constateert vergelijkingssite Spaarrente.nl. Sinds 2012 mogen vader en moeder hiervoor geen extra aftrek meer rekenen bij de vermogensbelasting. “Je zou verwachten dat de overheid sparen voor kinderen juist wil stimuleren, maar met dit nieuwe beleid is dus het tegenovergestelde het geval”, concludeert Amanda Bulthuis vanSpaarrente.nl.
Tot voor kort mochten ouders bovenop hun heffingsvrije vermogen per kind onder de 18 jaar een bedrag van 2.779 euro (2011) tellen. Dit was met name bedoeld om het kleine beetje spaargeld dat werd opgebouwd door de kinderen, niet te belasten. Sinds 1 januari 2012 is deze toeslag voor kinderen echter afgeschaft.
Veel ouders willen graag een spaarpotje aanleggen voor als hun kinderen later gaan studeren of een huis gaan kopen. Met name omdat het  voor jonge mensen steeds lastiger wordt om een hypotheek af te sluiten. Ook op de studiefinanciering wordt de laatste tijd flink bezuinigd. Wat veel ouders echter niet weten, is dat het spaargeld van hun kinderen vanaf 2012 geheel bij hun eigen vermogen wordt opgeteld. Als ze hierdoor dus boven het heffingvrij vermogen van 21.139 euro (2012) uitkomen, moeten ze 1,2 procent vermogensbelasting betalen over het spaargeld van hun kinderen.
“Hierdoor wordt al het spaargeld dat je als ouder opbouwt voor je kind dus voortaan direct bij je vermogen opgeteld”, zegt Amanda Bulthuis. “Dat is extra vreemd, omdat de overheid juist zou moeten stimuleren dat ouders zelf sparen voor bijvoorbeeld de studie van hun kind. Dit leidt immers tot minder kosten voor de schatkist. Maar in plaats van dit te stimuleren, wordt de ouder die zelf voor zijn kind iets wil opbouwen, hard afgestraft.”

 

woensdag 11 januari 2012

Een coöperatie van, voor en door ondernemers

MILK lanceert als eerste een kennis en kredietcoöperatie, ingericht voor het midden- en kleinbedrijf. Deze coöperatie zorgt ervoor dat ondernemers beter kunnen ondernemen door kennis en krediet te verstrekken aan andere ondernemers. Dit betekent dat ondernemers elkaar financieren via de coöperatie. Het initiatief is gestart door MILK Kennis en Kapitaal Groep.
Dat traditionele bancaire financieringen voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) niet meer voldoen wist MILK al langer. Deze financieringen zijn vanuit bancair oogpunt gericht op winstgevendheid en daarbij dienen de risico’s afgedekt te worden door middel van een rentepremium. Deze financieringen zijn geenszins bedoeld om het MKB beter te laten ondernemen. MILK Kennis & Krediet Coöperaties zijn coöperaties die zijn opgezet voor en door ondernemers.
De coöperatie verstrekt bedrijfsfinanciering die kunnen oplopen tot een maximum van EUR 500.000,-. Het verstrekte krediet wordt ondersteund met kennis; medeondernemers en adviseurs helpen beter te ondernemen en om het rendement verbeteren. Tevens biedt de coöperatie bescherming tegen ondernemersrisico’s door het verstrekken van inzicht in de prestaties.De coöperatie richt zich op MK-ondernemers die op zoek zijn naar financiering, die behoefte hebben om bijgestaan te worden door andere, ervaren ondernemers of deskundigen en ondernemers die een financiële tegenslag te verduren hebben gehad.


Nederlandse websites consumentenkrediet voldoen niet aan EU-richtlijn

De Nederlandse toezichthouder, de Autoriteit Financiële Markten, controleerde 45 websites. 36 websites vragen nu verder onderzoek omdat ze niet voldoen aan de Europese richtlijn. Nationale handhavingsinstanties zullen nu contact opnemen met de financiële instellingen en de kredietbemiddelaars in verband met de vermoede onregelmatigheden en hun verzoeken deze nader toe te lichten of corrigerende maatregelen te nemen. De bezemactie onderzocht in het bijzonder hoe bedrijven de richtlijn consumentenkrediet (recentelijk in de lidstaten omgezet in nationaal recht) toepassen, die het voor de consumenten eenvoudiger moet maken om kredietoffertes te begrijpen en te vergelijken.
EU-commissaris voor consumentenzaken John Dalli zei: "Wie op zoek is naar krediet, merkt soms dat dit duurder uitvalt dan het oorspronkelijk leek, omdat belangrijke informatie soms onduidelijk was of ontbrak. Consumentenkrediet is niet altijd makkelijk om te begrijpen, daarom bestaat er Europese wetgeving zodat consumenten gefundeerde beslissingen kunnen nemen. Het is dan ook heel belangrijk dat bedrijven aan de consumenten de juiste en de noodzakelijke informatie verstrekken. En het is de taak van de Commissie om samen te werken met nationale handhavingsinstanties om dit te realiseren."
Een bezemactie of "sweep" is een handhavingsactie om het EU-recht te doen naleven. Deze staat onder leiding van de EU en wordt uitgevoerd door nationale handhavingsinstanties, die tegelijkertijd gecoördineerde controles uitvoeren om inbreuken op de consumentenwetgeving in een bepaalde sector op te sporen. De nationale handhavingsinstanties nemen daarna contact op met de exploitanten over de vermoede onregelmatigheden en verzoeken hun om corrigerende maatregelen te nemen. De bezemactie inzake consumentenkrediet vond plaats in september 2011.
Zes landen hebben een diepgaander onderzoek verricht naar 57 sites, "Sweep Plus", om na te gaan of deze voldeden aan de consumentenvoorschriften over onder meer betalingsregeling, klachtenbehandeling en algemene voorwaarden.

AccountView biedt nu directe koppeling met Rabobank

AccountView biedt voortaan een directe koppeling met Rabo Internetbankieren Professional. Zowel internet- als backofficegebruikers van AccountView ontvangen via deze koppeling met één druk op de knop dagelijks de laatste bankafschriften in hun administratie. Zelf bestanden met bankmutaties ophalen en inlezen is niet langer nodig; AccountView matcht deze automatisch met de bijbehorende facturen. Dit resulteert in tijdsbesparing en een efficiëntere werkwijze.
Ook betaal- en incasso-opdrachten en saldo- en transactie-informatie zijn gemakkelijk uit te wisselen. Rekeninghouders van de Rabobank kunnen vanuit AccountView direct opdrachten naar hun bank zenden en vervolgens volstaat het accorderen van de opdrachten in Rabo Internetbankieren Professional om ze door de bank te laten verwerken.
De directe bankkoppeling voor rekeninghouders van de Rabobank laat zich bovendien gemakkelijk en zelfstandig beheren vanuit Rabo Internetbankieren Professional. Op ieder moment kunnen ze de bankrekeningen selecteren waarvoor ze de koppeling willen gebruiken. Dit geldt niet alleen voor de eerste aanmelding, maar ook voor wijzigingen.
Tijdens een proeftraject werd de koppeling in de praktijk getest. Hieraan namen onder meer enkele administratiekantoren en hun klanten deel. De reacties waren zeer positief. Zo zegt Ron Westerink van Administratiekantoor Laanen over de ingebruikname van de koppeling: “Het aanmeldproces voor de bankkoppeling van de Rabobank gaat gesmeerd. Er komt geen papierstroom meer aan te pas.” Ook de efficiency en het gebruiksgemak werden hoog gewaardeerd door de deelnemers aan de pilot.
In een eerdere versie van AccountView was ook al een directe bankkoppeling voor rekeninghouders van ABN AMRO beschikbaar.

dinsdag 10 januari 2012

Verzekeraars hebben rol in afdekken financiële risico's burgers


Verzekeraars hebben een rol te vervullen bij de bescherming van burgers als zij door de terugtredende overheid meer financiële risico's lopen. Dat heeft Willem van Duin, bestuursvoorzitter van Achmea, maandag gezegd tijdens zijn nieuwjaarsspeech.
Volgens Van Duin dienen zich de komende jaren enkele fundamentele vragen aan, met name over wie welke risico's moet dragen: overheid, burgers, bedrijven of verzekeraars. "Als gevolg van de economische crisis, treedt de overheid versneld terug op terreinen waar ze voorheen alle zekerheid verzorgde voor burgers. Bestaande collectieve voorzieningen voor pensioen en zorg staan onder druk. Het vaste ijkpunt van pensioen bij 65 jaar valt weg. Mogelijk komen ook andere taboes ter discussie, zoals ten aanzien van de verdeling van het werkloosheidsrisico en van de kosten van de zorg. Dit leidt er op termijn ook toe dat burgers en werkgevers aanvullende maatregelen zullen moeten treffen", aldus Van Duin. Voor Achmea geldt dat het zich daarbij vooral richt op de gebieden van zorg, pensioenen en werk. Van Duin: "De gaten die hier vallen in de financiële zekerheid kunnen juist door verzekeraars goed worden afgedekt. Omdat verzekeren in de kern een daad van solidariteit is, kunnen risico's worden gespreid en blijven de kosten per individu beheersbaar."
Achmea is de grootste verzekeringsgroep in Nederland en is ontstaan uit onder meer werkgevers- en werknemersorganisaties. Van Duin: "We zijn een bedrijf met een coöperatief karakter. We zijn van nature gericht op samenwerking en komen al jaren veel bij huishoudens en bedrijven 'over de vloer'. Onze klanten geven ons kennis en inzicht over maatschappelijke kwesties. Samen kunnen we tekortkomingen in de samenleving constateren en kijken hoe het beter kan.
Volgens Achmea hebben burgers het meeste baat bij een integrale visie op de actuele maatschappelijke uitdagingen. Dit vraagt om een brede blik, waarbij meer eigen verantwoordelijkheid voor burgers, wordt gekoppeld aan het realiseren van samenhang tussen zorg, pensioen, arbeidsparticipatie en wonen. Als coöperatieve verzekeraar kan Achmea bij uitstek van waarde zijn voor zijn klanten en de samenleving.

2,5 miljoen euro aan crowdfunding in Nederland in 2011

Crowdfunding in Nederland is in 2011 aanzienlijk gegroeid: waar het fenomeen een paar jaar geleden nog in de kinderschoenen stond, werd in 2011 maar liefst 2,5 miljoen euro via crowdfunding opgehaald. Dat blijkt uit een onderzoek dat is uitgevoerd door crowdfunding adviesbureau Douw&Koren.
"Crowdfunding bevond zich een paar jaar geleden nog in de experimentele fase, maar groeit nu naar serieuze proporties," zegt Gijsbert Koren van Douw&Koren. Zij voerden een enquête uit onder de crowdfunding platforms in Nederland, waaruit bleek dat in 2011 voor 2,5 miljoen euro is opgehaald. Daarnaast is er in de tweede helft van 2011 maar liefst twee keer zo veel via crowdfunding gefinancierd als in de eerste helft van 2011. "We hebben alle reden om te verwachten dat die groei voorlopig niet af gaat nemen. Als we kijken naar internationale ontwikkelingen is de verwachting juist dat crowdfunding ook in 2012 weer aanzienlijk zal gaan groeien.", aldus Koren. Het overgrote deel van de financiering bevindt zich in de creatieve hoek (1.350.000 euro). Koren: "De verwachting is dat financiering van ondernemingen een steeds grotere rol zal gaan spelen.".
Het principe van crowdfunding is simpel: een initiatiefnemer pitcht op een crowdfunding platform zijn idee en vervolgens kunnen belangstellenden - de crowd - investeren in projecten die hen aanspreken. Dat investeren kan via donaties, een belegging, lening of een combinatie daarvan. De investeerder ontvangt voor zijn geld een tegenprestatie van de eigenaar.
Voor de meeste crowdfunding platforms geldt dat grofweg 1 op de 2 projecten er in slaagt om het benodigde bedrag op te halen. Een succesvol project haalt gemiddeld net iets meer dan 10.000 euro op. Kapitaal wordt tot op heden met name opgehaald binnen het bestaande netwerk van een ondernemer of project eigenaar.

maandag 9 januari 2012

VNO-NCW: onnodig paniek over korting pensioenen

VNO-NCW vindt dat er onnodig paniek wordt gezaaid over korting van pensioen in 2013. Als het pensioenakkoord tussen vakbonden, werkgevers en kabinet in 2012 wordt uitgevoerd door de pensioenfondsen is deze korting niet nodig.
De ondernemingsorganisatie is van mening dat er op dit moment ten onrechte stemming wordt gemaakt en de onzekerheid van de consumenten wordt gevoed. Dit is negatief voor de economie die toch al in zwaar is door alle Europerikelen.
Door het pensioenakkoord gaat de leeftijd omhoog waarop mensen met pensioen gaan (66 jaar in 2020 en 67 jaar in 2025). Daarnaast zal de zgn. discontovoet worden verhoogd en wordt 10 jaar tijd genomen voor herstel van pensioenfondsen. Door deze maatregelen stijgt de dekkingsgraad en geraken de pensioenfondsen uit de gevarenzonde en kunnen kortingen achterwege blijven.

Zorgverzekeraars oorzaak duurdere tandheelkundige zorg

Duurdere tandheelkundige zorg is vooral te danken aan zorgverzekeraars. Zo vergoeden de meeste verzekeraars vanaf 1 januari slechts een percentage van een maximumbedrag, waar dit voorheen het volledige bedrag was. De zorgverzekeraar VGZ vergoedt bijvoorbeeld slechts 80% van een door hun vastgesteld maximumbedrag, terwijl dit voorheen 100% van het tandartstarief was. Voor de patiënten kan de rekening daarom soms wel 41% duurder uitvallen.
Volgens de vergelijkingssite Vergelijkmondzorg.nl het nog te vroeg is om vergelijkingen te maken met de tarieven die in 2011 werden gehanteerd door tandartsen. In 2011 was het bedrag op de rekening nog opgebouwd uit meerdere (deel)behandelingen, waarbij het eindbedrag verschilde als er bijvoorbeeld wel of geen verdoving werd gebruikt. Vanaf 2012 bestaan deze opties niet meer en mag de tandarts slechts één all-in tarief rekenen. Nu zijn twee tarieven ongewijzigd gebleven, maar aangezien er in totaal 187 verschillende behandelingen zijn vastgesteld door de Nederlandse Zorg autoriteit is het niet mogelijk een goede vergelijking te maken.
Uit berekeningen van vergelijkmondzorg.nl blijkt dat de kosten voor de patiënt bij sommige behandelingen tot wel 41% duurder kunnen uitvallen. Niet alleen gaan de zorgverzekeraars minder vergoeden, ze hebben ook per 1 januari de premies flink verhoogd. Als er iemand dus profijt heeft bij de huidige tarieven dan zijn het de verzekeraars. Of de tandarts zelf ook duurder is geworden is nog lastig te beoordelen, maar naar verwachting komt hier na de zomer meer duidelijkheid over. Vergelijkmondzorg.nl stelt verder dat het met de nieuwe verrichtingenlijst straks wél mogelijk wordt om de tarieven onderling te vergelijken.

Joint venture fundament kennisintensieve dienstverlening

PNA Group en ABN AMRO Incubator Holding hebben een joint venture opgericht om innovatieve en duurzame kennisoplossingen te creëren voor de financiële wereld. De joint venture draagt de naam CogNIAM Finance BV en helpt financiële instellingen meer rendement te halen uit het aanwezige kenniskapitaal. CogNIAM Finance helpt organisaties met het in-één-keer-goed uitvoeren van (kennisintensieve) projecten en legt het fundament voor efficiënt en begrijpelijk werken met het kenniskapitaal in de organisatie. In projecten waar diversiteit en complexiteit van systemen de standaard is en/of er sprake is van veranderende businesswensen, veranderende wet- en regelgeving en complexe processen, laat CogNIAM Finance business en IT dezelfde taal spreken. Daarbij brengt CogNIAM Finance meer efficiëntie en wendbaarheid in de organisatie door kennis objectief boven water te halen, vast te leggen en productief te maken. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor innovatie. CogNIAM Finance is de eerste organisatie in Nederland, die deze markt met vendor- en systeemonafhankelijke oplossingen betreedt. Dit maakt CogNIAM Finance een ware pionier op het gebied van kennismodellering.

 

vrijdag 6 januari 2012

NHG-lening gewild in onzekere tijden

In 2011 hebben in totaal 136.500 huishoudens de aankoop of verbetering van hun woning gefinancierd met NHG. Dit is sinds de introductie van NHG in 1995 het hoogste aantal garanties in één jaar. Hieruit kan worden opgemaakt dat consumenten en geldgevers in economisch ongunstige omstandigheden kiezen voor een veilige en verantwoorde financiering. Met NHG is in 2011 meer dan ooit in die behoefte voorzien.
Ongeveer 98.000 garanties hadden betrekking op de aankoop van een woning. Dat is ondanks het afnemen van het aantal woningverkopen ongeveer evenveel als in 2010 (99.000). Daarnaast hebben ongeveer 33.000 huishoudens een lening met NHG afgesloten voor de verbouwing van hun woning. Dat is 37% meer dan in 2010 (24.000). Deze toename concentreerde zich in de eerste helft van het jaar en lijkt daarom sterk samen te hangen met de tijdelijke verlaging van de BTW voor woningverbetering die per 1 juli 2011 is beëindigd.
In 2011 hebben in totaal ongeveer 2.000 huishoudens, vanwege een gedwongen verkoop met verlies, een beroep gedaan op NHG. Dat is ongeveer de helft meer dan in 2010 (1.331). (Echt)scheiding (50%) en werkloosheid (20%) zijn de belangrijkste oorzaken. Het toenemende beroep op NHG is grotendeels toe te rekenen aan de prijsdaling van woningen. Dit verhoogt immers de kans dat bij verkoop de opbrengst van een woning lager is dan de resterende hypothecaire lening. Daarnaast is voor een deel sprake van een volume-effect, vanwege het feit dat de afgelopen jaren meer leningen met NHG zijn verstrekt.
Ondanks de gedaalde huizenprijzen ligt in 2011 het gemiddelde verlies per woning met circa 34.000 euro op hetzelfde niveau als vorig jaar. Dit is mede het gevolg van het met de geldgevers gevoerde beleid gericht op het zo veel mogelijk beperken van de omvang van de restschuld. Hieronder valt ook het bevorderen van onderhandse verkoop in plaats van verkoop via de veiling. Zo vond in 2011 nog slechts 25% van de verkopen plaats via de veiling. In 2008 was dat nog 50%.
Het NHG-waarborgfonds, waaruit de verliesdeclaraties worden betaald, is in 2011 toegenomen met 87 miljoen euro naar in totaal 730 miljoen euro. Daarbij zijn de verliezen over 2011 ruimschoots gecompenseerd door de premie-inkomsten in verband met nieuwe garanties. Ondanks het toegenomen aantal verliesdeclaraties is het weerstandsvermogen van het NHG-waarborgfonds het afgelopen jaar verder versterkt.
Voor 2012 wordt rekening gehouden met een verdere toename van het aantal verliesdeclaraties. Ook worden minder nieuwe garanties verwacht, onder meer vanwege de aangekondigde verlaging van de NHG-kostengrens van 350.000 euro naar 320.000 euro per 1 juli 2012. Mede door de verhoging van de premie voor nieuwe garanties vanaf 1 januari 2012 (van 0,55% naar 0,70%) wordt ook voor 2012 een positief resultaat verwacht.

'10.000 ontslagen bij RBS'

De Britse bank Royal Bank of Scotland (RBS) zou 10.000 mensen willen ontslaan. Dat schrijft The Financial Times. De zal zou zich willen terugtrekken uit het zakenbankieren. Volgens de krant wordt vooral de divisie die adviseert over aandelenhandel getroffen. Andere bronnen noemen de berichtgeving erg overdreven.

Leaseplan Bank remt aanvragen af

Als gevolg van het grote aantal nieuwe rekening aanvragen heeft LeasePlan Bank tijdelijk moeten besluiten het openen van nieuwe rekeningen 'te doseren'. Dit betekent dat de website een beperkt aantal nieuwe aanvragen tegelijk toelaat. De Bank heeft momenteel een actie waarbij men 3,95 procent rente krijgt op een eenjaarsdeposito. Dat is 0,4 procent hoger dan de nummer twee, Garanti Bank, en aanzienlijk meer dan de rente bij grootbanken als ING (3,2 procent), ABN Amro (ABN Amro 1,8 procent) of Rabobank (1,7 procent).

donderdag 5 januari 2012

Homburg Invest tekent bezwaar aan tegen besluit AFM

Homburg Invest Inc heeft vandaag formeel bezwaar aangetekend tegen de beslissing van de Autoriteit Financiële Markten ("AFM") van 23 november 2011 de vergunning van Homburg Invest in te trekken om te opereren als een beleggingsinstelling in Nederland.
De Onderneming heeft al eerder aangekondigd dat het de gronden voor intrekking van de vergunning zou betwisten en dat het alle rechtsmiddelen zou inzetten om de beslissing van de AFM aan te vechten. De notering aan Euronext blijft gehandhaafd, ongeacht de intrekking van de vergunning.
Zonder de vergunning is het Homburg Invest niet toegestaan om nieuw eigen vermogen in Nederland aan te trekken. De Onderneming heeft benadrukt dat het handhaven van de vergunning het mogelijk zou maken een zo groot mogelijk aantal potentiële alternatieven aan te bieden aan haar schuldeisers, waaronder obligatiehouders. Dit als onderdeel van de herstructurering van Homburg Invest. De onafhankelijke toezichthouder die onder de Canadese Companies' Creditors Arrangement Act is aangesteld door een Canadese rechtbank om toe te zien op de herstructurering van Homburg Invest, ondersteunt de initiatieven van Homburg Invest in verband hiermee.